Lichter

Vandaag ruimde ik mijn berging op. Het gebeurde spontaan, als in een opwelling. Mijn vriendin reed de paardentrailer het parkeerterrein op van het bedrijf dat aan mijn woning grenst, en parkeerde hem bij het pad dat naar de bergingen liep.

 

Na vier keer een sleutel te hebben geprobeerd, vond ik de juiste. Die paarse, ik had het kunnen weten. Een vochtig hok met spinnenwebben lonkte. Eenmaal in de juiste stemming gooide ik zowat alles weg dat door mijn handen ging. Bij twijfel ben ik iemand die weggooit, bedacht ik me. Wat dat precies betekende wist ik niet, maar ik dacht er de rest van de dag over na. 

“The things you own, end up owning you”, bulderde dat ene zinnetje uit Fight Club door mijn hoofd. Dus ik maar weggooien. Stoelen, tafels, fietsen, gourmetsets, ski’s, schaatsen, trofeeën, oude rackets, noem maar op. Op een gegeven moment vlogen zelfs de babyfoto’s de paardentrailer in. Het paard hinnikte uit protest.

 

Eenmaal bij de kringloop probeerden we de gevallen soldaten een plekje te geven. Een man die verdacht veel op een stokoude Nicolas Cage leek, velde het oordeel over mijn spullen. “Dit doosje niet, hoor”, zei de man mij iets te vaak. En voordat ik er erg in had was ik mijn eigen tweedehands meuk aan het upsellen aan Nick. “Als je de discman neemt, pak dan het aquarium erbij”, hoorde ik mezelf op een gegeven moment zeggen.

 

Alsof ik toch nog íets van waarde hechtte aan spullen waar ik niets meer om gaf. Alsof de kringloop een betere dood was dan de vuilstortplaats, en ik toch nog een greintje trots voelde ooit de bezitter te zijn van de dingen die er niet meer toe deden. Nicolas voelde de pressie in mijn stem en nam de langwerpige bak aan.

 

Met opgeheven hoofd reden we naar de afvalstortplaats waar we alles in containertje 17 konden dumpen. Lag daar nou een rolstoel met opa achter dat verroeste afvoerkanaal? Ik verbeeldde het me vast. Het was inmiddels een lange dag geweest.

 

In de auto naar huis scheen de zon in mijn ogen. Waar was die zonnebril? Hij zou toch niet…? Nou ja, het zal wel. Het kon de pret niet drukken. Less is more en ik voelde me licht en gelukkig. De dingen uit het verleden waren verdwenen. Gedachtes aan momenten van toen waren die dag pijlsnel voorbijgeflitst. Nu was ik een mens zonder bewijzen, met enkel herinneringen.