Slager

Greta wist dat ze de zelfverzekerdheid van haar kleine viervoeter te danken had aan het bronwater dat ze hem gaf. Bar le Duc. Niets minder voldeed. Natuurlijk hielp de vegetarische hap die ze tweemaal daags voor Ollie bereidde ook een handje mee. Vegetarisch, biologisch en glutenvrij. Dat was het geheim.

Ollie's vacht glansde terwijl hij parmantig voor haar uit liep. Ze had sokjes om de pootjes gedaan, zodat het beestje nooit een kiezel of glasscherf in zijn voetkussentje zou kunnen krijgen. Een lilakleurig truitje zat strak om het zwarte lijfje heen. Greta had het op een Engelse website besteld. Ze waren samen naar het postkantoor gegaan om zijn verassing op te halen. Ollie had het een heerlijke trui gevonden. Hij had haar vaak genoeg met een innige blik bedankt.

Op weg naar de bloemist liep Greta langs de slager. Ze passeerde de winkel het liefst aan de andere kant van de straat, vlees was namelijk onrein, maar een wegafzetting verhinderde haar uitwijkmanoeuvre. Toen Ollie langs de slagersingang liep, stond hij stil, met zijn neus in de lucht, en verzette zich tegen de spanning die op de riem kwam te staan. Hij stond aan de grond genageld. Greta probeerde door te lopen. Maar haar hondje bleek plots zo zwaar als een rotsblok. Ze trok harder aan de riem. Nu zou Ollie wel meegeven.  “Ollie, kom nou!” riep Greta met lichte paniek in haar stem.

Normaal gesproken kreeg ze Olletje altijd mee, zelfs als hij niet wilde. Het hondje had simpelweg de kracht niet om zich te verzetten tegen een volwassen mens. Maar nu stond hij met heipalen in de grond geslagen. Plots leek hij een ander wezen. Greta keek uit haar ooghoeken en slaakte een kreet van angst. De kraaloogjes van haar huisdier leken wel twee keer zo groot en puilden uit zijn oogkassen. Zijn neus stond rechtop, in de richting van het vleeshuis. Alle vezels in het neusje kronkelden en krioelden. Ze roken de geur van bloed. Van de dood.

In een ruk trok Ollie de riem uit Greta’s hand. Door zijn plotselinge oerkracht verloor ze haar evenwicht. In haar val zag ze nog net hoe Ollie de slagerij binnen stormde. Het laatste wat ze hoorde was geschreeuw, gebrom en gekrijs.

Toen ze bijkwam zag ze de deur van de slagerij halfopen staan. Scherven lagen verspreid over de stoep. Donkerrode stukjes glas. Ze strompelde naar de deuropening, keek naar binnen, en verstijfde van angst. Stukken vlees lagen verspreid over de vloer, die besmeurd was met roodzwarte vegen. Maar, wacht. Was dat nou een kledingstuk?

 

 

Zachtjes klonk een geluid uit de keuken. Het was een geluid dat ze niet herkende. Een soort geknor. Gesabbel. Greta kon het niet plaatsen, maar haar hersenen deden pogingen. Trillend stapte ze over de uiteengereten stukken heen. Toen ze de keukendeur opendeed, overtrof dat wat ze waarnam haar gruwelijkste verwachtingen.