Topsport versus bedrijfsleven

Een jaar geleden ben ik gestopt met mijn geliefde sport en nu begeef ik me in andere sferen. Ik ben nu zes maanden actief in het bedrijfsleven. Je hoort vaak dat topsport en het bedrijfsleven sterke paralellen hebben. Dat beide werelden van elkaar kunnen leren.

 

Vooral mannen in de zakenwereld vinden de link naar topsport interessant. Ze smullen van een filmpje waarin een formule-1 auto in recordtijd de pitstop weer uitrijdt door goed teamwork. Tegelijkertijd kan de topsporter leren van het bedrijfsleven. “Hoe kan ik meer doen in dezelfde hoeveelheid tijd?” is een gedachte in het bedrijfsleven die mij bijvoorbeeld triggert.  

Overeenkomsten als doorzettingsvermogen, voorbereiding, omgaan met tegenslag, presteren onder druk etc. zijn algemeen bekend. Maar wat zijn eigenlijk de verschillen? Waar lijken deze twee giganten helemaal niet op elkaar? Na nog geen zes maanden ervaring op de werkvloer, hierbij enkele observaties:

 

1)    Inspanning / ontspanning.

In topsport heb je een heel duidelijke scheidslijn tussen inspannen en ontspannen. Ik kan de dagen nog goed herinneren dat ik ’s ochtends met een hartslag van 180 in opperste concentratie mijn training afwerkte. ’s Middags idem dito, meestal op de spinning-bike in de gym. Tussen die twee krachtinspanningen zat de meest ontspannen lunch die je je maar kon voorstellen. Met Sebas (Weenink) zat ik dan bij het Italiaantje om de hoek en lachten we vooral om domme dingen. Met geen hersencel waren we ook maar bezig met de volgende training. Ontspanning was ook écht ontspanning.

In het bedrijfsleven sta je de hele dag ‘aan’. Er wordt zoveel informatie gewisseld, de hersenen ratelen, draaien overuren, en er komt geen einde aan. Tijdens het half uurtje lunch gaat het vaak toch over werk omdat dat het meest voor de hand liggende is wat de mensen met elkaar bindt. Ook na het werk is het lastig de continue gedachtestroom tot rust te laten komen.

 

2)    Fysieke belasting/ mentale belasting.

Een bouwvakker heb ik een keer horen roepen: Van kantoor word je niet moe! Hierin moet ik de man teleurstellen. Vooral de eerste maanden van mijn kantoorbaan waren rete-vermoeiend! ’s Avonds kwam ik kapot thuis. Als de telefoon ging, nam ik liever niet op. De hele dag al te veel gepraat. Te veel geluisterd. Te veel informatie proberen op te nemen. Het energieverbruik van de hersenen is hoog, en aan het eind van de dag lag ik als een vaatdoek op de bank. Dat was niet veel anders toen ik topsporter was. Toen lag ik aan het eind van de dag ook onderuit. Maar toen lag ik daar wel ontspannen.

 

3)    Passie.

In topsport zit passie. Op de werkvloer zie ik dat in mindere mate. Een beeld dat door mijn hoofd gaat zijn topsporters die veel te lang doorgaan, tot ver voorbij hun pensioengerechtigde leeftijd, geen wedstrijd meer winnen, maar het gewoon leuk vinden. Topsporters zijn doordrenkt van hun sport. Ze gaan ermee naar bed en staan er mee op. Ze beschouwen het niet als beroep. Het is een levensstijl.

Op de werkvloer zie ik mensen die blij zijn als de week weer doormidden is. Ze werken naar het eind van de dag, en het weekend toe. Ze praten over vakantie. Natuurlijk kom ik net om de hoek kijken, en is de top van het bedrijfsleven wellicht een ander verhaal. Maar op de werkvloer zie ik verschillende beweegredenen. De hypotheek moet betaald worden, ze zijn ‘toevallig’ in deze job gerold, of ze sparen voor de kinderen zodat die later kunnen studeren. Het zijn allemaal beweegredenen, maar passie is wat anders. Dat zit dieper.