Zorgen om lelijk eendje?

Een dag na de NK van afgelopen februari kwam er een artikel uit in de Telegraaf waarin ik me nogal negatief over squash in Nederland uitsprak. Het artikel luidde: Zorgen om lelijk eendje, en dateerde van maandag 13 februari. Nou ben ik nooit een grote vriend van SBN geweest. Ik ben tijdens mijn carrière erg teleurgesteld geweest in o.a. hun rol met betrekking tot ondersteuning van haar spelers. Maar, in het artikel staan een hoop onjuistheden en aantal dingen die nooit uit mijn mond zijn gekomen. De dag na de NK voelde ik de behoefte een aantal mensen te bellen om uitleg te geven. Ik kon mij niet eens verontschuldigen, want ik had het nooit gezegd. Vervelend voor mij. Vervelend voor hun.

In plaats van alle onjuistheden te weerleggen uit het artikel wil ik het vandaag positief houden. Ten eerste wil ik Piëdro Schweertman feliciteren met zijn Nederlandse titel. Ik weet hoe moeilijk het is om, op het moment dat iedereen naar je kijkt, ‘gewoon’ te winnen. Laat staan als iedereen het van je verwacht. Piëdro heeft altijd met onbeperkt enthousiasme zijn sport bedreven. Zelfs na hevige teleurstelling (NK 2015, waarin hij in de finale van Sebastiaan Weenink verloor) stond hij de dag erna weer op de trainingsbaan met een lach op zijn gezicht. Hij is een typisch voorbeeld van een sporter die geniet van het proces. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar als je keihard op je bek krijgt, dan is het niet altijd makkelijk vrolijk weer door te gaan. Zijn fysieke kracht, winnaarsmentaliteit, en onbegrensde energie voor de sport zijn een voorbeeld voor elke jeugdspeler.

 

Verder waardeer ik het initiatief van Bart van Agteren om een Hall of Fame voor de Nederlandse squashsport aan te leggen enorm. Door de ellenlange gang van Dekker Zoetermeer hingen alle Nederlands kampioenen met jaartallen en foto’s aan de muur. Eén meter per jaar! Ik had nooit gedacht dat ik het zou zeggen (was op school nooit een liefhebber van geschiedenis), maar de geschiedenis van een sport geeft het waarde. Bart vond de originele NK-trofee, die mijn vader nog in handen heeft gehad, in een stoffige kast en doekte hem op. Hij eerde de oud-kampioenen van de sport. Nodigde ze allemaal uit voor de finales. Hij heeft hiermee de NK weer prestige gegeven. Dat is geweldig.

 

Over coaches in Nederland: ik denk wel zeker dat er goeie trainers zijn in Nederland. Misschien niet in overvloed, maar ze zijn er zeker! Ik denk alleen dat je ook naar andere coaches (in het buitenland) moet om bepaalde inzichten te krijgen. Simpelweg omdat niemand alle wijsheid in pacht heeft. Een goede coach zal de eerste zijn die dat toegeeft. Daarbij is het niveau van de spelers in Engeland bijvoorbeeld zoveel hoger dan hier, dat die je automatisch naar een hoger niveau tillen. Om die reden alleen al zou ik elke jeugdspeler met ambitie aanraden een tijdje in het buitenland te trainen.

 

Wat betreft SBN kan ik kort zijn. Ik hoop dat directeur Sven Wouters en voorzitter Harry Groen de sport nieuw leven gaan inblazen! Onze sport is te mooi te verslonzen.